Geld: Nederlands oefenen

Oefen Nederlands voor je inburgering over het onderwerp Geld, op A2 en B1. Hier vind je de lessen, woorden die erbij horen en voorbeeldvragen uit de vragenbank.

Dit onderwerp hoort bij Werk en geld. Alle onderwerpen

Lessen

Er zijn 2 korte lessen over dit onderwerp. Een les heeft 8 vragen en duurt ongeveer 8 minuten.

Woorden bij dit onderwerp

Deze Nederlandse woorden kom je vaak tegen bij dit onderwerp.

  • bank
  • rekening
  • betalen
  • pinpas
  • belasting
  • toeslag
  • loon
  • schuld
  • sparen

Voorbeeldvragen

Een paar vragen uit de vragenbank van DutchKlaar. Denk eerst zelf na, en open dan het antwoord.

  1. Vraag 1 · Niveau A2

    Je hebt gisteren de huur betaald. Welke zin is goed?

    Kies het goede antwoord.

    • Ik betaal gisteren de huur morgen.
    • Ik heb gisteren de huur betaald.
    • Ik zal gisteren de huur betalen.
    Bekijk het antwoord

    Antwoord: Ik heb gisteren de huur betaald.

    Uitleg: Gisteren is verleden tijd. Dus: ik heb betaald.

  2. Vraag 2 · Niveau A2

    Maak een gewone zin, geen vraag.

    Zet de woorden in de goede volgorde.

    • betaal
    • de
    • Ik
    • rekening
    • vandaag
    Bekijk het antwoord

    Antwoord: Ik betaal de rekening vandaag

    Uitleg: Dit is een gewone zin. Ook de andere volgorde is goed.

  3. Vraag 3 · Niveau A2

    Je krijgt een rekening van het water. Wat moet je doen?

    Kies het goede antwoord.

    • De rekening betalen
    • De rekening weggooien
    • De rekening verkopen
    Bekijk het antwoord

    Antwoord: De rekening betalen

    Uitleg: Een rekening moet je betalen.

Meer oefenen