Omgangsvormen: Nederlands oefenen

Oefen Nederlands voor je inburgering over het onderwerp Omgangsvormen, van A1 tot B1. Hier vind je de lessen, woorden die erbij horen en voorbeeldvragen uit de vragenbank.

Dit onderwerp hoort bij Samenleving en vrije tijd. Alle onderwerpen

Lessen

Er zijn 3 korte lessen over dit onderwerp. Een les heeft 8 vragen en duurt ongeveer 8 minuten.

Woorden bij dit onderwerp

Deze Nederlandse woorden kom je vaak tegen bij dit onderwerp.

  • hallo
  • groeten
  • beleefd
  • bedanken
  • sorry
  • voorstellen
  • buurman
  • afspraak
  • mening

Voorbeeldvragen

Een paar vragen uit de vragenbank van DutchKlaar. Denk eerst zelf na, en open dan het antwoord.

  1. Vraag 1 · Niveau A1

    Maak een gewone zin, geen vraag.

    Zet de woorden in de goede volgorde.

    • Ik
    • in
    • Utrecht
    • woon
    Bekijk het antwoord

    Antwoord: Ik woon in Utrecht

    Uitleg: Dit is een zin met ik als eerste woord.

  2. Vraag 2 · Niveau A2

    Je buurman heeft je pakket aangenomen. Wat zeg je?

    Kies het goede antwoord.

    • Ik wil geen pakket.
    • Dank je wel voor mijn pakket.
    • Dat is niet mijn probleem.
    Bekijk het antwoord

    Antwoord: Dank je wel voor mijn pakket.

    Uitleg: Je bedankt iemand met 'Bedankt' of 'Dank je wel'.

  3. Vraag 3 · Niveau A1

    Je stelt jezelf voor: Ik ___ Sara.

    Typ het antwoord.

    Bekijk het antwoord

    Antwoord: heet

    Uitleg: Ik heet Sara betekent: mijn naam is Sara.

  4. Vraag 4 · Niveau A2

    Je kunt morgen niet naar de verjaardag van een collega. Wat schrijf je?

    Kies het goede antwoord.

    • Je feest is saai.
    • Ik kom niet. Dag.
    • Helaas kan ik morgen niet komen. Ik ben ziek.
    Bekijk het antwoord

    Antwoord: Helaas kan ik morgen niet komen. Ik ben ziek.

    Uitleg: Je zegt beleefd dat je niet kunt komen en je geeft een reden.

Meer oefenen